Krijgen we dit ooit terugverdiend?
De e-truck verdient zichzelf niet terug bij aankoop, dat doet hij onderweg.
Wat ik vaak zie in gesprekken over de e-truck, is dat de focus ligt op de investering. En begrijp me niet verkeerd… ik weet het, die ís fors. Logisch dus dat de vraag meteen is: “Krijgen we dit ooit terugverdiend?”
Het eerlijke antwoord: dat hangt minder af van de truck dan van de inzet.
De businesscase van de e-truck wordt beter naarmate hij meer kilometers maakt. Hoe meer hij rijdt, hoe sneller de investering rendeert. Niet door subsidies of mooie aannames, maar vooral door structurele besparing op energie ten opzichte van diesel. Voorwaarde daarbij is vrijwel altijd laden op eigen terrein. Zonder dat wordt rekenen een stuk lastiger.
Daarom begint een goede businesscase niet bij de aankoop, maar bij de vraag: hoe zetten we deze truck maximaal in? Welke ritten zijn geschikt? Hoe plannen we laadtijd slim tussendoor? En hoe zorgen we dat stilstand geen gewoonte wordt?
Dat vraagt anders kijken naar planning en inzet. Niet theoretisch, maar praktisch. Want elke extra gereden kilometer telt mee in het rendement.
Vanaf 1 juli 2026 komt daar iets belangrijks bij. We krijgen in Nederland te maken met de kilometerheffing. In Duitsland geldt voor de e-truck een volledige vrijstelling van MAUT. Dat scheelt ongeveer 35 cent per kilometer. In Nederland krijgt de e-truck een korting van ruim 16 cent per kilometer op de wegen waar de heffing geldt.
Dat zijn geen details, dat zijn structurele verschillen die direct doorwerken in de exploitatie.
Als je als vervoerder de mogelijkheid hebt om een e-truck veel te laten rijden én daarbij veel kilometers maakt op tol- en heffingswegen, dan is de businesscase in veel situaties nu al positief ten opzichte van diesel.
De conclusie is eigenlijk simpel. De e-truck is geen investering die zichzelf terugverdient op papier. Het rendement zit in gebruik, in kilometers en in slimme inzet.
Wie dat goed organiseert, rijdt niet alleen duurzamer, maar ook zakelijk verstandiger.