Algemene zaken

Inleiding

Het specifieke karakter van de uitzendverhouding (die bijvoorbeeld wezenlijk verschilt van het leveren van goederen of het aannemen van werk) leidt tot de noodzaak om een aantal zaken op een passende manier te regelen. Aangezien deze regelingen in principe bij alle uitzendingen hetzelfde zijn, maken veel uitzendondernemingen hiervoor gebruik van Algemene Voorwaarden voor ter beschikking stellen van uitzendkrachten van de ABU.

Duur van de opdracht

De uitzendonderneming stemt de duur van de opdracht zo goed mogelijk af met de opdrachtgever. Er zijn twee mogelijkheden:
• een opdracht voor een vaste periode (’voor bepaalde tijd’): daarbij kan niet van overeengekomen periode worden afgeweken, tenzij uitdrukkelijk wordt afgesproken dat dat wel kan; dan geldt een opzegtermijn;
• een opdracht voor een flexibele periode (’voor onbepaalde tijd’): daarbij geldt dat altijd kan worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn, tenzij die mogelijkheid uitdrukkelijk is uitgesloten.
De uitzendonderneming behoudt zich het recht voor om de uitzendkracht te vervangen of om de opdracht te beëindigen als daar gegronde redenen voor zijn. Bijvoorbeeld als de uitzendovereenkomst met de uitzendkracht eindigt of als de opdrachtgever de nota’s niet op tijd betaalt.

Aansprakelijkheid

De uitzendonderneming is voor een aantal (wettelijke) verplichtingen die voortvloeien uit de formele werkgeversrol afhankelijk van de opdrachtgever. Denk bijvoorbeeld aan de beëindiging van de uitzending ’op verzoek van de opdrachtgever’ en regels omtrent arbeidstijden. De uitzendonderneming moet er op kunnen rekenen dat de opdrachtgever waar nodig zijn medewerking verleent en hem kunnen aanspreken als er kosten ontstaan doordat hij zich daar niet aan houdt. De leiding en het toezicht over het werk van de uitzendkracht en de werkomstandigheden liggen bij de opdrachtgever. De uitzendonderneming heeft hier geen invloed op. Dit brengt met zich mee, dat de opdrachtgever verantwoordelijk is voor dit werk en voor de veiligheid op de werkplek. Voor wat betreft de veiligheid is bijvoorbeeld in de Arbo-wet geregeld, dat de opdrachtgever is aan te merken als ’werkgever’ in de zin van die wet. De opdrachtgever is in het verlengde van deze verantwoordelijkheden ook aansprakelijk als zich schade voordoet en hij vrijwaart de uitzendonderneming daarvoor.

Betalingen

De uitzendonderneming betaalt, na ontvangst van de werkbriefjes, het loon aan de uitzendkrachten. Daarna wordt de nota voor de opdrachtgever opgemaakt. Om de kosten van deze voorfinanciering in de hand te houden, kent de uitzendonderneming een betalingstermijn van 14 dagen. Bij te late betaling is de opdrachtgever rente verschuldigd en eventuele kosten van inning.

Rechtstreekse arbeidsverhouding

Het voortdurend werven en inzetbaar houden van uitzendkrachten brengt hoge kosten met zich mee. Indien een opdrachtgever daarom een rechtstreekse arbeidsverhouding met de aan hem voorgestelde of al bij hem werkzame uitzendkracht wil aangaan, kort nadat deze zijn werkzaamheden bij de opdrachtgever is gestart, is de opdrachtgever daarom in dat geval een vergoeding verschuldigd aan de uitzendonderneming.

Artikel 1: Werkingssfeer

1. Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle aanbiedingen, opdrachten en overige overeenkomsten van JobTrans B.V. voor zover één en ander betrekking heeft op het ter beschikking stellen van uitzendkrachten aan opdrachtgevers.
2. Eventuele inkoop- of andere voorwaarden van de opdrachtgever zijn niet van toepassing
3. Van deze Algemene Voorwaarden afwijkende afspraken zijn slechts van toepassing indien schriftelijk overeengekomen met de directie van JobTrans B.V. en zij gelden slechts voor die ene keer.

Artikel 2: Definities

1. Uitzendonderneming: JobTrans B.V. zoals genoemd in artikel 1, die op basis van een overeenkomst uitzendkrachten ter beschikking stelt aan opdrachtgevers.
2. Uitzendkracht: iedere natuurlijke persoon, die een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 7:690 BW is aangegaan met de uitzendonderneming, teneinde arbeid te verrichten voor een derde onder leiding en toezicht van die derde.
3. Opdrachtgever: iedere natuurlijke of rechtspersoon die een uitzendkracht werkzaamheden onder diens leiding en toezicht in het kader van een opdracht, als bedoeld in lid 4 van dit artikel, laat uitvoeren.
4. Opdracht: de overeenkomst tussen een opdrachtgever en de uitzendonderneming op grond waarvan een enkele uitzendkracht, als bedoeld in lid 2 van dit artikel, door de uitzendonderneming aan de opdrachtgever ter beschikking wordt gesteld om onder diens leiding en toezicht werkzaamheden te verrichten, zulks tegen betaling van het overeengekomen opdrachtgeverstarief.
5. Terbeschikkingstelling: de tewerkstelling van een uitzendkracht in het kader van een opdracht.
6. Uitzendbeding: de schriftelijke bepaling in de arbeidsovereenkomst tussen de uitzendonderneming en de uitzendkracht en/of in de CAO, inhoudende dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt doordat de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht door de uitzendonderneming aan de opdrachtgever op verzoek van de opdrachtgever ten einde komt (artikel 7:691 lid 2 BW).
7. CAO: de collectieve arbeidsovereenkomst voor uitzendkrachten, gesloten tussen de Algemene Bond voor Uitzendondernemingen (ABU) enerzijds en FNV bondgenoten, CNV Dienstenbond en De Unie anderzijds.
8. Opdrachtgeverstarief: het door de opdrachtgever aan de uitzendonderneming verschuldigde tarief, exclusief toeslagen, kostenvergoedingen en BTW. Het tarief wordt per uur berekend, tenzij anders vermeld.
9. Inlenersbeloning: de rechtens geldende beloning van een werknemer in dienst van de opdrachtgever, werkzaam in een functie die gelijk of gelijkwaardig is aan de functie die de uitzendkracht uitoefent. De inlenersbeloning bestaat volgens de CAO 2012 - 2017 uit de navolgende elementen:
a. het geldende loon in de schaal
b. de van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting (naar keuze van de uitzendonderneming te compenseren in tijd of geld)
c. toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (waaronder feestdagentoeslag) en ploegentoeslagen
d. initiële loonsverhogingen, hoogte en tijdstip als bij de opdrachtgever bepaald
e. kostenvergoedingen (voor zover de uitzendonderneming deze vrij van loonheffing en premies kan betalen)
f. periodieken, hoogte en tijdstip als bij de opdrachtgever bepaald
Indien een nieuwe CAO wordt afgesloten en deze cao, naast voornoemde elementen, nadere elementen voorschrijft, dan worden deze geacht toegevoegd te worden aan het geldende tarief en wel vanaf het moment van inwerkingtreding van de nieuwe CAO.
10. Vakkrachtenregeling: de specifieke bepaling(en) in de bij de opdrachtgever geldende CAO, die betrekking heeft/hebben op de beloning (als bedoeld in lid 9) van vakkrachten en die schriftelijk zijn aangemeld bij en goedgekeurd door partijen bij de CAO voor Uitzendkrachten en dientengevolge toegepast moet(en) worden met ingang van de eerste dag van de verblijfsduur van de uitzendkracht bij de betreffende opdrachtgever.
11. Week: De kalenderweek die begint op zondag om 00.00 uur en eindigt op zaterdag om 24.00 uur.

Artikel 3: De opdracht en de terbeschikkingstelling

1. De opdracht wordt aangegaan voor bepaalde of onbepaalde tijd.
2. De opdracht voor bepaalde tijd is de opdracht die wordt aangegaan ofwel voor een vaste periode, ofwel voor een bepaalde periode, ofwel voor een bepaalde periode die een vaste periode niet overschrijdt. De opdracht voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege door het verstrijken van de overeengekomen tijd of doordat een vooraf vastgestelde objectief bepaalbare gebeurtenis zich voordoet. Opdrachtgever zal de Uitzendonderneming tijdig in kennis stellen of hij bij verlenging van de opdracht of voortzetting van de uitzending dezelfde Uitzendkracht wenst te behouden.
3. Opzegging van een opdracht voor onbepaalde tijd dient schriftelijk te geschieden met inachtneming van een opzegtermijn van 14 kalenderdagen.
4. Tussentijdse opzegging van de opdracht voor bepaalde tijd is niet mogelijk, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen. Indien tussentijdse opzegging is overeengekomen, is opzegging mogelijk met een opzegtermijn van 14 kalenderdagen. De opzegging dient schriftelijk te geschieden.
5. Elke opdracht eindigt onverwijld wegens ontbinding op het tijdstip dat één van de partijen de ontbinding van de opdracht inroept omdat de andere partij in verzuim is, de andere partij geliquideerd is, dan wel de andere partij in staat van faillissement is verklaard of surséance van betaling heeft aangevraagd. Indien de uitzendonderneming de ontbinding op één van deze gronden inroept, ligt in de gedraging van de opdrachtgever, waarop de ontbinding is gebaseerd, het verzoek van de opdrachtgever besloten om de terbeschikkingstelling te beëindigen. Dit leidt niet tot enige aansprakelijkheid van de uitzendonderneming voor de schade die de Opdrachtgever dientengevolge lijdt. Ten gevolge van de ontbinding zullen de vorderingen van de uitzendonderneming onmiddellijk opeisbaar zijn.
6. Het einde van de opdracht betekent het einde van de terbeschikkingstelling. Beëindiging van de opdracht door de Opdrachtgever houdt in het verzoek van de Opdrachtgever aan de uitzendonderneming om de lopende terbeschikkingstelling(en) te beëindigen tegen de datum waarop de opdracht rechtsgeldig is geëindigd, respectievelijk waartegen de opdracht rechtsgeldig is ontbonden.
7. Indien tussen de Uitzendkracht en de Uitzendonderneming het uitzendbeding geldt, eindigt de terbeschikkingstelling van de Uitzendkracht op verzoek van de Opdrachtgever op het moment dat de Uitzendkracht meldt dat hij niet in staat is de arbeid te verrichten wegens arbeidsongeschiktheid. Voor zover nodig wordt de Opdrachtgever geacht dit verzoek te hebben gedaan. De Opdrachtgever zal dit verzoek desgevraagd schriftelijk aan de Uitzendonderneming bevestigen.
8. De terbeschikkingstelling eindigt van rechtswege indien en zodra de Uitzendonderneming de Uitzendkracht niet meer ter beschikking kan stellen, doordat de arbeidsovereenkomst tussen de Uitzendonderneming en de Uitzendkracht is geëindigd en de arbeidsovereenkomst niet aansluitend wordt voortgezet ten behoeve van dezelfde Opdrachtgever. De Uitzendonderneming schiet in dit geval niet toerekenbaar tekort jegens de Opdrachtgever en is evenmin aansprakelijk voor eventuele schade die de Opdrachtgever hierdoor lijdt.

Artikel 4: Vervanging en beschikbaarheid

1. De Uitzendonderneming is gerechtigd om gedurende de looptijd van de opdracht een vervangende Uitzendkracht aan te bieden. De Opdrachtgever kan een dergelijk voorstel op redelijke grond afwijzen.
2. De Uitzendonderneming is te allen tijde gerechtigd aan de Opdrachtgever een voorstel te doen tot vervanging van een ter beschikking gestelde Uitzendkracht door een andere Uitzendkracht onder voortzetting van de opdracht, zulks met het oog op het bedrijfsbeleid of personeelsbeleid van de Uitzendonderneming, behoud van werkgelegenheid of naleving van geldende wet- en regelgeving, in het bijzonder de ontslagrichtlijn voor de uitzendbranche. De Opdrachtgever zal een dergelijk voorstel slechts op redelijke gronden afwijzen. De Opdrachtgever zal een eventuele afwijzing desgevraagd schriftelijk motiveren.
3. De Uitzendonderneming schiet niet toerekenbaar tekort jegens de Opdrachtgever en is niet gehouden tot vergoeding van enige schade of kosten aan de Opdrachtgever, indien de Uitzendonderneming om welke reden dan ook een (vervangende) Uitzendkracht niet (meer), althans niet (meer) op de wijze en in de omvang als bij de opdracht of nadien overeengekomen aan de Opdrachtgever ter beschikking kan stellen.
4. Indien de arbeidskracht wordt vervangen door een andere arbeidskracht zal de uurbeloning ten aanzien van de vervangende arbeidskracht opnieuw worden vastgesteld op de basis als vermeld in artikel 9 van deze Algemene Voorwaarden en zal zonodig het opdrachtgeverstarief dienovereenkomstig worden aangepast.

Artikel 5: Opschortingsrecht

1. De Opdrachtgever is niet gerechtigd de tewerkstelling van de Uitzendkracht tijdelijk, dan wel geheel of gedeeltelijk op te schorten, tenzij er sprake is van overmacht in de zin van artikel 6:75 BW.
2. In afwijking van lid 1 van dit artikel is opschorting wel mogelijk indien dit schriftelijk wordt overeengekomen en daarbij de looptijd is vastgelegd én de opdrachtgever aantoont dat tijdelijk geen werk voorhanden is of de Uitzendkracht niet te werk kan worden gesteld én de Uitzendonderneming jegens de Uitzendkracht met succes een beroep kan doen op uitsluiting van de loondoorbetalingsplicht op grond van de CAO.
3. Indien de Opdrachtgever niet gerechtigd is de tewerkstelling tijdelijk op te schorten, maar de Opdrachtgever tijdelijk geen werk heeft voor de Uitzendkracht of de Uitzendkracht niet te werk kan stellen, is de Opdrachtgever gehouden voor de duur van de opdracht onverkort aan de Uitzendonderneming het opdrachtgeverstarief te voldoen over het per periode (week, maand, en dergelijke) krachtens opdracht laatstelijk geldende of gebruikelijk aantal uren en overuren.

Artikel 6: Werkprocedure

1. De Opdrachtgever verstrekt de Uitzendonderneming voor aanvang van de opdracht een accurate omschrijving van de functie, functie-eisen, werktijden, arbeidsduur, werkzaamheden, arbeidsplaats, arbeidsomstandigheden en de beoogde looptijd van de opdracht.
2. De Uitzendonderneming bepaalt aan de hand van de door de Opdrachtgever verstrekte informatie en de haar bekende hoedanigheden, kennis en vaardigheden van de voor ter beschikking in aanmerking komende Uitzendkrachten, welke Uitzendkrachten zij aan de Opdrachtgever voorstelt ter uitvoering van de opdracht. De Opdrachtgever is gerechtigd de voorgestelde Uitzendkracht af te wijzen, waardoor de terbeschikkingstelling van de voorgestelde Uitzendkracht geen doorgang vindt.
3. De Uitzendonderneming schiet niet tekort jegens de Opdrachtgever en is niet gehouden tot vergoeding van enige schade, indien de contacten tussen de Opdrachtgever en de Uitzendonderneming, voorafgaande aan de mogelijke opdracht, waaronder begrepen een concrete aanvraag van de Opdrachtgever om een Uitzendkracht ter beschikking te stellen, om welke reden dan ook niet of niet binnen de door de Opdrachtgever gewenste termijn, leiden tot de daadwerkelijke terbeschikkingstelling van een Uitzendkracht.
4. De Uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van het inzetten van arbeidskrachten die niet blijken te voldoen aan de door de Opdrachtgever gestelde eisen, tenzij de Opdrachtgever binnen een redelijke termijn na aanvang van de terbeschikkingstelling een schriftelijke klacht ter zake bij de uitzendonderneming indient en daarbij bewijst dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de Uitzendonderneming bij de selectie.

Artikel 7: Arbeidsduur en werktijden

1. De arbeidsomvang en de werktijden van de Uitzendkracht bij de Opdrachtgever worden vastgelegd in de opdrachtbevestiging, dan wel anders overeengekomen. De werktijden, de arbeidsduur en de rusttijden van de Uitzendkracht zijn gelijk aan de bij Opdrachtgever ter zake gebruikelijke tijden en uren, tenzij anders is overeengekomen. De Opdrachtgever staat er voor in dat de arbeidsduur en de rust- en werktijden van de Uitzendkracht voldoen aan de wettelijke vereisten. De Opdrachtgever ziet er op toe dat de uitzendkracht de rechtens toegestane werktijden en de overeengekomen arbeidsomvang niet overschrijdt. Overtredingen hieromtrent, waaronder het Arbeidstijdenbesluit Vervoer (ATB), en de hieruit voortvloeiende gevolgen (sancties, boetes of dergelijke), die aantoonbaar niet te wijten zijn aan de Uitzendkracht worden ten laste gebracht van de Opdrachtgever.
2. Vakantie en verlof van de Uitzendkracht worden geregeld conform de wet en de CAO.
3. Indien de Uitzendkracht specifieke scholing dan wel werkinstructies behoeft voor de uitvoering van de opdracht zullen de uren, die de Uitzendkracht aan deze scholing besteedt, als gewerkte uren in rekening worden gebracht bij de Opdrachtgever, tenzij dit anders is overeengekomen. De voor overige scholing benodigde afwezigheidsperioden worden in overleg tussen de Opdrachtgever en de Uitzendonderneming vastgesteld en zo mogelijk bij de aanvang van de opdracht overeengekomen.

Artikel 8: Bedrijfssluitingen en verplichte vrije dagen

De Opdrachtgever dient de Uitzendonderneming bij het aangaan van de opdracht te informeren omtrent eventuele bedrijfssluitingen en collectief verplichte vrije dagen gedurende de looptijd van de opdracht, opdat de Uitzendonderneming deze omstandigheid, indien mogelijk, deel kan laten uitmaken van de arbeidsovereenkomst met de Uitzendkracht. Indien een voornemen tot vaststelling van een bedrijfssluiting en/of collectief verplichte vrije dagen bekend wordt na het aangaan van de opdracht, dient de Opdrachtgever de Uitzendonderneming onmiddellijk na het bekend worden hiervan te informeren. Indien de Opdrachtgever nalaat om de Uitzendonderneming tijdig te informeren, is de Opdrachtgever gehouden voor de duur van de bedrijfssluiting onverkort aan de Uitzendonderneming het opdrachtgeverstarief te voldoen over het krachtens de opdracht en voorwaarden laatstelijk geldende of gebruikelijke aantal uren en overuren per periode.

Artikel 9: Functie en beloning

1. Voor aanvang van de opdracht verstrekt de Opdrachtgever de omschrijving van de door de Uitzendkracht uit te oefenen functie en de bijbehorende inschaling in de beloningsregeling van de Opdrachtgever.
2. De beloning van de Uitzendkracht, daaronder mede begrepen eventuele toeslagen en kostenvergoedingen, wordt vastgesteld conform de CAO (daaronder mede begrepen de bepalingen omtrent de inlenersbeloning, zie hierna leden 4 en 6) en de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, zulks aan de hand van de door Opdrachtgever verstrekte functieomschrijving.
3. Indien op enig moment blijkt dat die functieomschrijving en de bijbehorende inschaling niet overeenstemmen met de werkelijk door de Uitzendkracht uitgeoefende functie, zal de Opdrachtgever aan de Uitzendonderneming onverwijld de juiste functieomschrijving met bijbehorende inschaling aanreiken. De beloning van de Uitzendkracht zal opnieuw worden vastgesteld aan de hand van de nieuwe functieomschrijving. De functie en / of inschaling kan tijdens de opdracht worden aangepast, indien de Uitzendkracht op die aanpassing in redelijkheid aanspraak maakt met een beroep op wet- en regelgeving, de CAO en/of de inlenersbeloning. Indien de aanpassing leidt tot een hogere beloning, corrigeert de Uitzendonderneming de beloning van de Uitzendkracht en het opdrachtgeverstarief dienovereenkomstig. De Opdrachtgever is dit gecorrigeerde tarief vanaf het moment van de uitoefening van de daadwerkelijke functie aan de uitzendonderneming schuldig.
4. De Opdrachtgever dient voor aanvang van de werkzaamheden door de Uitzendkracht de informatie als genoemd in artikel 2 lid 9 aan de Uitzendonderneming aangeleverd te hebben. De Uitzendonderneming is op grond van de CAO verplicht vanaf de aanvang van de werkzaamheden de inlenersbeloning toe te passen.
5. Indien de Uitzendonderneming met de Opdrachtgever is overeengekomen met ingang van de eerste werkdag van de Uitzendkracht de inlenersbeloning toe te passen en/of indien er sprake is van een vakkrachtenregeling, past de Uitzendonderneming de inlenersbeloning toe vanaf de eerste werkdag van de Uitzendkracht en zal de Opdrachtgever voor aanvang van de werkzaamheden de Uitzendonderneming voorzien van de in lid 5 van dit artikel genoemde informatie.
6. De Opdrachtgever stelt de Uitzendonderneming tijdig en in ieder geval direct bij het bekend worden, op de hoogte van wijzigingen in de inlenersbeloning en van vastgestelde initiële loonsverhogingen.
7. De gevolgen voortvloeiende uit de door de Opdrachtgever verkeerd of onvolledig verstrekte informatie komen voor rekening van de Opdrachtgever. De Opdrachtgever zal de Uitzendonderneming dienaangaande vrijwaren.
8. Overwerk, werk in ploegendiensten, op bijzondere tijden of dagen (daaronder begrepen feestdagen) en/of verschoven uren worden beloond conform de ter zake geldende regeling in de CAO of – indien van toepassing – de inlenersbeloning en worden aan de Opdrachtgever doorberekend.

Artikel 10: Goede uitoefening van leiding en toezicht

1. De Opdrachtgever zal zich ten aanzien van de Uitzendkracht bij de uitoefening van het toezicht of de leiding, alsmede met betrekking tot de uitvoering van het werk, gedragen op dezelfde zorgvuldige wijze als waartoe hij ten opzichte van zijn eigen medewerkers gehouden is.
2. Het is de Opdrachtgever niet toegestaan de Uitzendkracht op zijn beurt aan een derde ‘door te lenen’; dat wil zeggen aan een derde ter beschikking te stellen voor het onder leiding of toezicht van deze derde verrichten van werkzaamheden. Onder doorlening wordt mede verstaan het door de Opdrachtgever ter beschikking stellen van een Uitzendkracht aan een (rechts) persoon waarmee de Opdrachtgever in een groep (concern) is verbonden.
3. De Opdrachtgever kan de Uitzendkracht slechts te werk stellen in afwijking van het bij opdracht en voorwaarden bepaalde, indien de Uitzendonderneming en de Uitzendkracht daarmee vooraf schriftelijk hebben ingestemd.
4. Tewerkstelling van de Uitzendkracht in het buitenland door een in Nederland gevestigde Opdrachtgever is slechts mogelijk onder strikte leiding en toezicht van de Opdrachtgever en voor bepaalde tijd, indien dit schriftelijk is overeengekomen met de Uitzendonderneming en de Uitzendkracht daarmee schriftelijk heeft ingestemd.
5. De Opdrachtgever zal aan de Uitzendkracht de schade vergoeden die deze lijdt doordat een aan hem toebehorende zaak, die in het kader van de opgedragen werkzaamheden is gebruikt, is beschadigd of teniet gedaan.
6. De Uitzendonderneming is tegenover de Opdrachtgever niet aansprakelijk voor schaden en verliezen aan de Opdrachtgever, derden dan wel aan de Uitzendkracht zelf die voortvloeien uit doen of nalaten van de Uitzendkracht.
7. De Uitzendonderneming is tegenover de Opdrachtgever niet aansprakelijk voor verbintenissen die Uitzendkrachten zijn aangegaan met of die voor hen zijn ontstaan jegens de Opdrachtgever of derden, al dan niet met toestemming van de Opdrachtgever of die derden.
8. De Opdrachtgever vrijwaart de Uitzendonderneming voor elke aansprakelijkheid (inclusief kosten met inbegrip van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand) van de Uitzendonderneming als werkgever van de Uitzendkracht –direct of indirect– ter zake van de in leden 5, 6 en 7 van dit artikel bedoelde schaden, verliezen en verbintenissen.
9. De Opdrachtgever zal zich, voor zover mogelijk, afdoende verzekeren tegen aansprakelijkheid op grond van het bepaalde in dit artikel. Op verzoek van de Uitzendonderneming verstrekt de Opdrachtgever een bewijs van verzekering.

Artikel 11: Arbeidsomstandigheden

1. De Opdrachtgever verklaart zich bekend met het feit dat hij in de Arbeidsomstandighedenwet wordt aangemerkt als werkgever.
2. De Opdrachtgever is jegens de Uitzendkracht en de Uitzendonderneming verantwoordelijk voor de nakoming van de uit artikel 7:658 BW, de Arbeidsomstandighedenwet en de daarmee samenhangende regelgeving voortvloeiende verplichtingen op het gebied van de veiligheid op de werkplek en goede arbeidsomstandigheden in het algemeen.
3. De Opdrachtgever is gehouden om aan de Uitzendkracht en aan de Uitzendonderneming tijdig, in ieder geval één werkdag voor aanvang van de werkzaamheden schriftelijke informatie te verstrekken over de verlangde beroepskwalificaties en de specifieke kenmerken van de in te nemen arbeidsplaats. De Opdrachtgever geeft de Uitzendkracht actieve voorlichting met betrekking tot de binnen zijn onderneming gehanteerde Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE).
4. Indien de uitzendkracht een bedrijfsongeval of een beroepsziekte overkomt, zal de opdrachtgever, indien wettelijk vereist, de bevoegde instanties hiervan onverwijld op de hoogte stellen en ervoor zorgdragen dat daarvan onverwijld schriftelijk rapportage wordt opgemaakt. In de rapportage wordt de toedracht van het ongeval zodanig vastgelegd, dat daaruit met redelijke mate van zekerheid kan worden opgemaakt of en in hoeverre het ongeval het gevolg is van het feit dan onvoldoende maatregelen waren genomen ter voorkoming van het ongeval dan wel van de beroepsziekte. De opdrachtgever informeert de uitzendonderneming zo spoedig mogelijk over het bedrijfsongeval of de beroepsziekte en overlegt een kopie van de opgestelde rapportage.
5. De Opdrachtgever zal aan de Uitzendkracht vergoeden –en de Uitzendonderneming vrijwaren tegen– alle schade (inclusief kosten met inbegrip van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand) die de Uitzendkracht in het kader van de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, indien en voor zover de Opdrachtgever en/of de Uitzendonderneming daarvoor aansprakelijk zijn op grond van artikel 7:658 en/of artikel 7:611 BW. Indien het bedrijfsongeval tot de dood leidt, is de Opdrachtgever gehouden de schade (inclusief kosten met inbegrip van de daadwerkelijke kosten van rechtsbijstand) te vergoeden conform artikel 6:108 BW aan de in dat artikel genoemde personen.
6. De Opdrachtgever zal zich afdoende verzekeren tegen aansprakelijkheid op grond van het bepaalde in dit artikel. Op verzoek van de Uitzendonderneming verstrekt de Opdrachtgever een bewijs van verzekering.

Artikel 12: Aansprakelijkheid opdrachtgever

De Opdrachtgever die de verplichtingen die voor hem voortvloeien uit deze Algemene Voorwaarden, in het bijzonder de verplichtingen als omschreven in de artikelen 3 (leden 5,6 en 7), 4 (lid 3), 8 , 9 (leden 1,3 en 6), 10 (leden 1,2,3,4,5,8 en 9) 11 (leden 2,3,4,5,6) 16 (lid 2), 19 (lid 1), 22 en 23 (lid 1) niet nakomt, is gehouden tot vergoeding van alle daaruit voortvloeiende schade van de Uitzendonderneming (inclusief alle kosten waaronder die van rechtsbijstand), zonder dat voorafgaande ingebrekestelling nodig is, en hij dient de Uitzendonderneming zonodig ter zake te vrijwaren. Dit laat onverlet, dat de Uitzendonderneming eventuele andere vorderingen kan instellen, zoals het inroepen van ontbinding. Het bepaalde in dit artikel is van algemene gelding, zowel –zonodig aanvullend– ten aanzien van onderwerpen waarbij schadevergoedingsplicht reeds afzonderlijk in deze Algemene Voorwaarden is geregeld als ten aanzien van onderwerpen waarbij dat niet het geval is.

Artikel 13: Opdrachtgeverstarief

Het door de Opdrachtgever aan de Uitzendonderneming verschuldigde Opdrachtgeverstarief wordt berekend over de uren waarop de Uitzendonderneming op grond van de opdracht en/of voorwaarden aanspraak heeft en wordt altijd tenminste berekend over de door de Uitzendkracht werkelijk gewerkte uren. Het Opdrachtgevertarief wordt vermenigvuldigd met de toeslagen en vermeerderd met de kostenvergoedingen die de Uitzendonderneming verschuldigd is aan de Uitzendkracht. Over het Opdrachtgeverstarief, de toeslagen en kostenvergoedingen wordt btw in rekening gebracht.
2. Indien overeenkomstig artikel 9 lid 4 van deze voorwaarden de inlenersbeloning moet worden toegepast, stelt de Uitzendonderneming de beloning van de Uitzendkracht en het Opdrachtgeverstarief opnieuw vast op basis van de door de Opdrachtgever verstrekte informatie omtrent de functie-indeling en inlenersbeloning. In de beloning en het Opdrachtgeverstarief worden alle bij de Opdrachtgever geldende elementen van de inlenersbeloning, meegenomen.
3. Naast het in lid 2 bedoelde geval is de Uitzendonderneming in ieder geval ook gerechtigd om het Opdrachtgeverstarief tijdens de looptijd van de opdracht aan te passen, indien de kosten van de uitzendarbeid stijgen: als gevolg van wijziging van de CAO of van de daarbij geregelde lonen of wijziging van de bij de Opdrachtgever geldende CAO en/of arbeidsvoorwaardenregeling of de daarbij geregelde lonen; als gevolg van wijzigingen in of ten gevolge van wet en- regelgeving, waaronder begrepen wijzigingen in of ten gevolge van de sociale en fiscale wet en- regelgeving, de CAO of enig verbindend voorschrift; als gevolg van een (periodieke) loonsverhoging en/of een (eenmalige) verplichte uitkering, voortvloeiende uit de CAO, de bij de opdrachtgever geldende CAO en/of arbeidsvoorwaardenregeling en/of wet en regelgeving.
4. Indien de Opdrachtgever in strijd met de leden 2 en 3 van dit artikel niet instemt met betaling van het aangepaste Opdrachtgeverstarief, dan ligt daarin besloten het verzoek van de Opdrachtgever om de terbeschikkingstelling te beëindigen.
5. Iedere aanpassing van het Opdrachtgeverstarief wordt door de Uitzendonderneming zo spoedig mogelijk aan de Opdrachtgever bekend gemaakt en schriftelijk aan de Opdrachtgever bevestigd. Indien door enige oorzaak die toerekenbaar is aan de Opdrachtgever de beloning en/of het Opdrachtgeverstarief te laag is/zijn vastgesteld, is de Uitzendonderneming gerechtigd ook achteraf met terugwerkende kracht het Opdrachtgeverstarief op het juiste niveau te brengen. De Uitzendonderneming kan tevens hetgeen de Opdrachtgever daardoor te weinig heeft betaald en kosten, die als gevolg hiervan door de Uitzendonderneming zijn gemaakt, aan de Opdrachtgever in rekening brengen.

Artikel 14: Bijzondere minimale betalingsverplichting

Indien de omvang van de door de Uitzendkracht te verrichten arbeid en/of de werktijden niet duidelijk zijn vastgesteld en de Opdrachtgever de Uitzendkracht niet of minder dan drie (aaneengesloten) uren per oproep in de gelegenheid stelt om de overeengekomen arbeid te verrichten, is de Opdrachtgever aan de Uitzendonderneming per oproep het Opdrachtgeverstarief verschuldigd over drie of zoveel meer uren als overeengekomen.

Artikel 15: Indienstneming uitzendkrachten door opdrachtgever

1. De Opdrachtgever is gerechtigd een arbeidsverhouding aan te gaan met een Uitzendkracht, mits aan de in dit artikel vermelde voorwaarden wordt voldaan.
2. De Opdrachtgever die voornemens is een arbeidsverhouding met de Uitzendkracht aan te gaan brengt de Uitzendonderneming hiervan tijdig schriftelijk op de hoogte alvorens hij aan dit voornemen uitvoering geeft.
3. De Opdrachtgever zal geen arbeidsverhouding met een uitzendkracht aangaan zolang de Uitzendovereenkomst tussen de Uitzendkracht en de Uitzendonderneming niet rechtsgeldig is geëindigd.
4. Indien de Opdrachtgever overeenkomstig het hiervoor in lid 1 tot en met lid 3 van dit artikel bepaalde een overeenkomst aangaat met een Uitzendkracht, die aan hem ter beschikking wordt gesteld op basis van een opdracht voor onbepaalde tijd, voordat die Uitzendkracht –op basis van die opdracht– 1040 uren heeft gewerkt, is de Opdrachtgever aan de Uitzendonderneming een vergoeding schuldig ten bedrage van 25% van het laatst geldende opdrachtgeverstarief over 1040 uren minus de –op basis van de opdracht– reeds door de uitzendkracht gewerkte uren.
5. Indien de Opdrachtgever een arbeidsverhouding aangaat met een Uitzendkracht, die aan hem ter beschikking is gesteld voor bepaalde tijd, is de Opdrachtgever een vergoeding verschuldigd ten bedrage van 25% van het laatst geldende Opdrachtgeverstarief (berekend over de overeengekomen of gebruikelijke uren en meer-/overuren) over de resterende duur van de opdracht of –ingeval van een opdracht die tussentijds opzegbaar is– over de niet in acht genomen opzegtermijn, met dien verstande dat de Opdrachtgever altijd tenminste de in lid 4 genoemde vergoeding is verschuldigd.
6. Indien de Opdrachtgever overeenkomstig het hiervoor in lid 1 tot en met lid 5 bepaalde een arbeidsverhouding aangaat met een Uitzendkracht eindigt de opdracht tussen de Opdrachtgever en de Uitzendonderneming met ingang van de dag waarop die arbeidsverhouding aanvangt.
7. Indien de Opdrachtgever een arbeidsverhouding aangaat met de Uitzendkracht binnen 3 maanden nadat diens terbeschikkingstelling (ongeacht of deze was gebaseerd op een opdracht voor bepaalde of onbepaalde tijd) aan de Opdrachtgever is geëindigd, is hij de in lid 4 bedoelde vergoeding verschuldigd. Dit geldt zowel in het geval dat de Opdrachtgever de Uitzendkracht hiertoe -rechtstreeks of via derden– heeft benaderd, als wanneer de uitzendkracht –rechtstreeks of via derden– bij de Opdrachtgever heeft gesolliciteerd.
8. Indien een (potentiële) Opdrachtgever in eerste instantie door tussenkomst van de Uitzendonderneming in contact is gekomen met een (aspirant-) Uitzendkracht, bijvoorbeeld doordat deze door de Uitzendonderneming aan hem is voorgesteld, en die (potentiële) Opdrachtgever binnen drie maanden nadat het contact tot stand is gekomen een arbeidsverhouding met die (aspirant-) Uitzendkracht aangaat zonder dat de terbeschikkingstelling tot stand komt, is die (potentiële) Opdrachtgever een vergoeding verschuldigd van 25% van het Opdrachtgeverstarief, dat voor de betrokken uitzendkracht van toepassing zou zijn gekomen, over 1040 uren. Indien er nog geen tariefafspraak was overeengekomen zal de Uitzendonderneming hiervoor een marktconform tarief hanteren.
9. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het aangaan van een arbeidsovereenkomst met een Uitzendkracht verstaan: het aangaan van een arbeidsovereenkomst, een overeenkomst tot aanneming van werk en/of een overeenkomst van opdracht door de Opdrachtgever met de Uitzendkracht voor hetzelfde of ander werk; het aanstellen van de Uitzendkracht als ambtenaar voor hetzelfde of ander werk; het ter beschikking laten stellen van de betreffende Uitzendkracht aan de Opdrachtgever door een derde (bijvoorbeeld een andere uitzendonderneming) voor hetzelfde of ander werk; het aangaan van een arbeidsverhouding door de Uitzendkracht met een derde voor hetzelfde of ander werk, waarbij de Opdrachtgever en die derde in een groep zijn verbonden dan wel de één een dochtermaatschappij is van de ander.

Artikel 16: Facturatie

1. Facturatie vindt plaats op basis van de met de Opdrachtgever overeengekomen wijze van tijdverantwoording en voorts op basis van hetgeen de opdracht, bij overeenkomst of deze voorwaarden is bepaald. Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen, geschiedt de tijdverantwoording middels door de Opdrachtgever schriftelijk geaccordeerde declaratieformulieren.
2. De Opdrachtgever en Uitzendonderneming kunnen overeenkomen dat de tijdverantwoording geschiedt middels een tijdregistratiesysteem, een elektronisch en/of automatiseringssysteem of middels door of voor de Opdrachtgever opgestelde overzichten.
3. De Opdrachtgever draagt zorg voor een correcte en volledige tijdverantwoording en is gehouden erop toe te zien of te doen toezien, dat de daarin opgenomen gegevens van de Uitzendkracht correct en naar waarheid zijn vermeld, zoals: naam van de Uitzendkracht, het aantal gewerkte uren, overuren, onregelmatigheidsuren en ploegenuren, de overige uren waarover ingevolge de opdracht en voorwaarden het Opdrachtgeverstarief is verschuldigd, de eventuele toeslagen en eventuele werkelijk gemaakte onkosten.
4. Indien de Opdrachtgever de tijdverantwoording aanlevert, zorgt hij ervoor dat de Uitzendonderneming, aansluitend aan de door de Uitzendkracht gewerkte week, over de tijdverantwoording beschikt. De Opdrachtgever is verantwoordelijk voor de wijze waarop de tijdverantwoording aan de Uitzendonderneming wordt verstrekt.
5. Alvorens de Opdrachtgever de tijdverantwoording aanlevert, geeft hij de Uitzendkracht de gelegenheid de tijdverantwoording te controleren. Indien en voor zover de Uitzendkracht de in de tijdverantwoording vermelde gegevens betwist, is de Uitzendonderneming gerechtigd de uren en kosten vast te stellen overeenkomstig de opgave van de Uitzendkracht, tenzij de Opdrachtgever kan aantonen dat de door hem vermelde gegevens correct zijn.
6. Indien de tijdverantwoording geschiedt middels door de Uitzendkracht aan te leveren declaratieformulieren, behoudt de Opdrachtgever een kopie van het declaratieformulier. Bij verschil tussen het door de Uitzendkracht bij de Uitzendonderneming ingeleverde declaratieformulier en het door de Opdrachtgever behouden afschrift, geldt het door de Uitzendkracht bij de Uitzendonderneming ingeleverde declaratieformulier voor de afrekening als volledig bewijs, behoudens geleverd tegenbewijs door de Opdrachtgever.

Artikel 17: Betaling

1. De Opdrachtgever is gehouden elke factuur van de Uitzendonderneming te voldoen binnen 14 kalenderdagen na de factuurdatum mits schriftelijk anders overeengekomen met de directie van Uitzendonderneming.
2. Uitsluitend betalingen aan de Uitzendonderneming werken bevrijdend. Betalingen door de Opdrachtgever aan de Uitzendkracht, onder welke titel ook, zijn onverbindend tegenover de Uitzendonderneming en kunnen geen grond opleveren voor schulddelging of verrekening.
3. Indien een factuur niet binnen de in lid 1 genoemde termijn is betaald, is de Opdrachtgever vanaf de eerste dag na het verstrijken van de betalingstermijn van rechtswege in verzuim en een rente van 1% per maand verschuldigd over het openstaande bedrag, waarbij een gedeelte van een maand voor een volle maand wordt gerekend. De in het bezit van de Uitzendonderneming zijnde kopie van de Uitzendonderneming aan de Opdrachtgever verzonden factuur geldt als volledig bewijs van de verschuldigdheid van de rente en de dag, waarop de renteberekening begint.
4. Indien de Opdrachtgever de factuur geheel of gedeeltelijk betwist, dient hij dit binnen veertien kalenderdagen na factuurdatum schriftelijk, onder nauwkeurige opgaaf van redenen, aan de Uitzendonderneming te melden. Na deze periode vervalt het recht van de Opdrachtgever om de factuur te betwisten. De bewijslast betreffende tijdige betwisting van de factuur rust op de Opdrachtgever. Betwisting van de factuur ontslaat de Opdrachtgever niet van zijn betalingsverplichting en schort deze dus niet op.
5. De Opdrachtgever is niet bevoegd het factuurbedrag, ongeacht of hij dit betwist, te verrekenen met een al dan niet terecht vermeende tegenvordering en/of de betaling van de factuur op te schorten.
6. Indien de financiële positie en/of het betalingsgedrag van de Opdrachtgever daartoe, naar het oordeel van de Uitzendonderneming, aanleiding geeft, is de Opdrachtgever verplicht op schriftelijk verzoek van de Uitzendonderneming een voorschot te verstrekken en/of afdoende zekerheid, door middel van een bankgarantie, pandrecht of anderszins, te stellen voor zijn verplichtingen jegens de Uitzendonderneming. Zekerheid kan worden gevraagd voor zowel bestaande als toekomstige verplichtingen, een voorschot uitsluitend voor toekomstige verplichtingen. De omvang van de gevraagde zekerheid en/of het gevraagde voorschot dient in verhouding te staan tot de omvang van de desbetreffende verplichtingen van de Opdrachtgever.
7. Indien de Opdrachtgever het in lid 6 bedoelde voorschot niet verstrekt of de gevraagde zekerheid niet stelt binnen de door de Uitzendonderneming gestelde termijn, is de Opdrachtgever hiermee in verzuim zonder dat hiertoe nadere ingebrekestelling is vereist en is de Uitzendonderneming dientengevolge gerechtigd de uitvoering van al haar verplichtingen op te schorten dan wel de ontbinding van alle opdrachten bij de Opdrachtgever in te roepen.
8. Alle gerechtelijke en buitengerechtelijke (incasso)kosten, die de Uitzendonderneming maakt als gevolg van de niet-nakoming door de Opdrachtgever van diens verplichting op grond van dit artikel, komen geheel ten laste van de Opdrachtgever. De vergoeding ter zake van buitengerechtelijke kosten wordt gefixeerd op 15% van de verschuldigde hoofdsom inclusief btw en rente (met een minimum van € 250,00 per vordering), tenzij de Uitzendonderneming aantoonbaar meer kosten heeft gemaakt. De gefixeerde vergoeding zal steeds zodra de Opdrachtgever in verzuim is door de Opdrachtgever verschuldigd zijn en zonder nader bewijs in rekening worden gebracht.

Artikel 18: Inspanningsverplichting en aansprakelijkheid

1. De Uitzendonderneming is gehouden zich in te spannen om de opdracht naar behoren uit te voeren. Indien en voor zover de Uitzendonderneming deze verplichting niet nakomt, is de Uitzendonderneming, met inachtneming van het hierna in de leden 2 en 3 en het elders in de Algemene Voorwaarden bepaalde, gehouden tot vergoeding van de daaruit voortvloeiende directe schade van de Opdrachtgever, mits de Opdrachtgever zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden na het ontstaan of bekend worden van die schade een schriftelijke klacht ter zake indient bij de Uitzendonderneming en daarbij aantoont dat de schade het rechtstreeks gevolg is van een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van de Uitzendonderneming.
2. Iedere eventuele uit de opdracht voortvloeiende aansprakelijkheid van de Uitzendonderneming is beperkt tot het door de Uitzendonderneming aan de Opdrachtgever in rekening te brengen Opdrachtgeverstarief voor de uitvoering van de opdracht, zulks voor het overeengekomen aantal arbeidsuren en de overeengekomen duur van de opdracht, zulks met een maximum van drie maanden. Het door de Uitzendonderneming maximaal uit te keren bedrag gaat in geen geval het door de verzekering uit te keren bedrag te boven.
3. Aansprakelijkheid van de Uitzendonderneming voor indirecte schade, daaronder begrepen gevolgschade, gederfde winst, gemiste besparingen en schade door bedrijfsstagnatie, is in alle gevallen uitgesloten.

Artikel 19: Intellectuele en industriële eigendom

1. De Uitzendonderneming zal de Uitzendkracht op verzoek van de Opdrachtgever, een schriftelijke verklaring laten ondertekenen teneinde –voor zover nodig en mogelijk– te bewerkstelligen c.q. bevorderen, dat alle rechten van intellectuele en industriële eigendom op de resultaten van de werkzaamheden van de Uitzendkracht toekomen, respectievelijk (zullen) worden overgedragen aan de Opdrachtgever. Indien de Uitzendonderneming in verband hiermee een vergoeding verschuldigd is aan de Uitzendkracht of anderszins kosten dient te maken, is de Opdrachtgever een gelijke vergoeding c.q. gelijke kosten verschuldigd aan de Uitzendonderneming.
2. Het staat de Opdrachtgever vrij om rechtstreeks een overeenkomst met de Uitzendkracht aan te gaan of hem een verklaring ter ondertekening voor te leggen ter zake van de in lid 1 bedoelde intellectuele en industriële eigendomsrechten. De Opdrachtgever informeert de Uitzendonderneming over zijn voornemen daartoe en verstrekt een afschrift van de ter zake opgemaakte overeenkomst/ verklaring aan de Uitzendonderneming.
3. De Uitzendonderneming is jegens de Opdrachtgever niet aansprakelijk voor een boete of dwangsom, die de Uitzendkracht verbeurt of eventuele schade van de Opdrachtgever als gevolg van het feit dat de Uitzendkracht zich beroept op enig recht van intellectuele en/of industriële eigendom.

Artikel 20: Geheimhouding

1. De Uitzendonderneming en de Opdrachtgever zullen geen vertrouwelijke informatie van of over de andere partij, diens activiteiten en relaties, die hen ter kennis is gekomen ingevolge de opdracht, verstrekken aan derden, tenzij –en alsdan voor zover– verstrekking van die informatie nodig is om de opdracht naar behoren te kunnen uitvoeren of op hen een wettelijke plicht tot bekendmaking rust.
2. De Uitzendonderneming zal op verzoek van de Opdrachtgever de Uitzendkracht verplichten geheimhouding te betrachten omtrent al hetgeen hem bij het verrichten van de werkzaamheden bekend of gewaar wordt, tenzij op de Uitzendkracht een wettelijke plicht tot bekendmaking rust.
3. Het staat de Opdrachtgever vrij om de Uitzendkracht rechtstreeks te verplichten tot geheimhouding. De Opdrachtgever informeert de Uitzendonderneming over zijn voornemen daartoe en verstrekt een afschrift van de ter zake opgemaakte verklaring/overeenkomst aan de Uitzendonderneming. De Uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor een boete, dwangsom of eventuele schade van de Opdrachtgever als gevolg van schending van die geheimhoudingsplicht door de Uitzendkracht.
4, De Uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor een boete, dwangsom of eventuele schade van de Opdrachtgever als gevolg van schending van de geheimhoudingsplicht door de Uitzendkracht, ongeacht of de Opdrachtgever of de Uitzendonderneming met de Uitzendkracht ter zake enig beding is overeengekomen.

Artikel 21: Verificatie- en bewaarplicht Opdrachtgever

De Opdrachtgever aan wie door de Uitzendonderneming een vreemdeling in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen ter beschikking wordt gesteld, verklaart zich uitdrukkelijk bekend met artikel 15 van deze wet, onder meer inhoudende dat de Opdrachtgever bij aanvang van de arbeid door een vreemdeling een afschrift van het document, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, van de vreemdeling dient te ontvangen. De Opdrachtgever is verantwoordelijk voor een zorgvuldige controle van het eerder genoemde document en stelt aan de hand daarvan de identiteit van de vreemdeling vast en neemt een afschrift van het document op in zijn administratie. De Uitzendonderneming is niet verantwoordelijk dan wel aansprakelijk voor een eventuele boete die in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen aan de Opdrachtgever wordt opgelegd.

Artikel 22: Voorkoming van ontoelaatbare discriminatie

Ter voorkoming van het maken van ongeoorloofd onderscheid, in het bijzonder naar godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, geslacht, ras, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, handicap, chronische ziekte, leeftijd of welke grond dan ook, zullen niet functierelevante eisen bij het verstrekken van de inlichtingen betreffende de op te dragen arbeid niet door de Opdrachtgever kunnen worden gesteld en evenmin door de Uitzendonderneming worden meegewogen.

Artikel 23: Medezeggenschap

1. De Opdrachtgever is gehouden om de Uitzendkracht die lid is van de ondernemingsraad van de Uitzendonderneming of van de ondernemingsraad van de Opdrachtgever, in de gelegenheid te stellen deze medezeggenschapsrechten uit te oefenen conform wet- en regelgeving.
2. Indien de Uitzendkracht medezeggenschap uitoefent in de onderneming van de Opdrachtgever, is de Opdrachtgever het Opdrachtgeverstarief ook verschuldigd over de uren waarin de Uitzendkracht onder werktijd werkzaamheden verricht of een opleiding volgt in het verband van het uitoefenen van medezeggenschap.

Artikel 24: Terbeschikkingstelling zaken

1. Het is de Opdrachtgever niet toegestaan zonder toestemming van de Uitzendonderneming zaken aan de Uitzendkracht ter beschikking te stellen die mede voor privé doeleinden kunnen worden gebruikt, zoals bijvoorbeeld (doch niet limitatief) een (lease)auto of telefoon. De Uitzendonderneming kan aan de toestemming nadere voorwaarden stellen en Opdrachtgever is gehouden deze voorwaarden uitvoering te geven en te voorkomen dat de Uitzendonderneming enig nadeel lijdt ten gevolge van de ter beschikking stelling van de zaken door de Opdrachtgever aan de Uitzendkracht.
2. Indien de Opdrachtgever in strijd met de hiervoor bepaalde handelt dan wel in gebreke is, komen alle daaruit voortvloeiende schaden, kosten en (fiscale) gevolgen, zulks in de ruimste zin des woords, volledig voor rekening en risico van de Opdrachtgever. De Opdrachtgever zal de Uitzendonderneming ter zake vrijwaren.

Artikel 25: Privacy en bescherming persoonsgegevens

1. Uitzendonderneming verwerkt de persoonsgegevens van betrokkenen die werkzaam zijn bij Opdrachtgever om een bestendige relatie met Opdrachtgever op te bouwen en te onderhouden, om Opdrachtgever te informeren over nieuwe ontwikkelingen en voor normaal intern gebruik bij Uitzendonderneming. Uitzendonderneming verwerkt gevoelige persoonsgegevens alleen indien dit noodzakelijk is om aan de wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen, met toestemming van de betrokkene, of indien dit anders is door of krachtens de wet.
2. Opdrachtgever zal alle geregistreerde persoonlijke gegevens van de Uitzendkracht, die voor en gedurende de Opdracht door Uitzendonderneming kenbaar worden gemaakt, vertrouwelijk behandelen en in overeenstemming met de Wet bescherming persoonsgegevens verwerken.

Artikel 26: Toepasselijk recht en geschillenbeslechting

1. Op deze voorwaarden en alle aanbiedingen, opdrachten en overige overeenkomsten tussen Opdrachtgever en Uitzendonderneming is het Nederlandse recht van toepassing.
2. Alle geschillen die voortvloeien uit of samenhangen met een rechtsverhouding tussen partijen waarop deze Algemene Voorwaarden van toepassing zijn, zullen in eerste aanleg bij uitsluiting worden beslecht door de bevoegde rechter van het arrondissement, waarin het hoofdkantoor van de uitzendonderneming is gevestigd.

Artikel 27: Slotbepaling

Indien één of meer bepalingen van deze Algemene Voorwaarden nietig zijn of vernietigd worden, zullen de opdracht en de Algemene Voorwaarden voor het overige van kracht blijven. De bepalingen die niet rechtsgeldig zijn of rechtens niet kunnen worden toegepast, zullen worden vervangen door bepalingen die zoveel mogelijk aansluiten bij de strekking van de te vervangen bepalingen.